Goede communicatie gaat verder dan woorden alleen. Wat iemand zegt, hoe iets wordt gezegd en wat juist onuitgesproken blijft, beïnvloedt de betekenis van een boodschap. Dat speelt in het dagelijks werk en zeker binnen projecten. In deze blog lees je wat communicatie inhoudt en hoe de vijf axioma’s van Watzlawick helpen gesprekken beter te begrijpen.
In deze blog lees je over:
Wat is communicatie?
Communicatie is meer dan het uitwisselen van woorden. Mensen wisselen informatie uit en geven daar betekenis aan vanuit hun eigen context. Ook toon, timing, lichaamstaal en stiltes beïnvloeden hoe een boodschap wordt ontvangen.
Communicatie:
Het uitwisselen van informatie tussen mensen of groepen, waarbij betekenis wordt gegeven aan wat wordt gezegd, geschreven of gedeeld. Goede communicatie helpt om verwachtingen, besluiten en samenwerking duidelijk te maken.
Effectieve communicatie vraagt daarom om duidelijkheid, aandacht en actief luisteren. Niet alleen de boodschap telt, maar ook hoe de ander deze begrijpt. Verschillen in interpretatie kunnen leiden tot aannames en misverstanden.
Waarom is communicatie belangrijk in projecten?
Binnen projecten werken mensen met verschillende rollen, belangen, kennis en verwachtingen samen. Goede communicatie helpt om die verschillen bespreekbaar en beheersbaar te maken. Binnen projecten heeft goede communicatie drie belangrijke functies.
- Afstemming:
NHeldere communicatie maakt doelen, verwachtingen, taken, besluiten en voortgang zichtbaar. Daardoor weten betrokkenen wat van hen wordt verwacht. Verschillen en misverstanden worden eerder herkend en kunnen tijdig worden bijgestuurd.
- Samenwerking:
Regelmatige afstemming en feedback vergroten betrokkenheid en gedeelde verantwoordelijkheid. Mensen begrijpen beter waarom hun bijdrage belangrijk is. Dat maakt samenwerken makkelijker en helpt om verschillen in belangen of verwachtingen bespreekbaar te houden.
- Kwaliteit:
Door informatie en kennis tijdig te delen, worden problemen en risico’s eerder zichtbaar. Dat ondersteunt betere besluiten en voorkomt onnodig herstelwerk. Het projectresultaat sluit daardoor beter aan op gemaakte afspraken en verwachtingen.
De vijf axioma’s van Watzlawick
Paul Watzlawick en zijn collega’s beschreven vijf axioma’s over menselijke communicatie. Een axioma is eenvoudig gezegd een basisregel of uitgangspunt waarop een theorie wordt opgebouwd. Samen laten deze vijf uitgangspunten zien dat communicatie meer omvat dan woorden. Ze verklaren ook waarom mensen dezelfde interactie verschillend kunnen interpreteren.
1. Je kunt niet niet communiceren
Ieder gedrag kan door een ander als communicatie worden geïnterpreteerd. Ook zwijgen, wegkijken of niets doen kan betekenis krijgen binnen een interactie. Je communiceert dus niet alleen bewust en met woorden.
Dat betekent niet dat iedere interpretatie automatisch juist is. Non-verbale signalen krijgen betekenis binnen een context. Vraag daarom door wanneer gedrag en woorden niet goed op elkaar lijken aan te sluiten.
2. Inhoud en betrekking
Elke boodschap bevat informatie én zegt iets over de relatie tussen de betrokkenen. Het inhoudsaspect gaat over wat letterlijk wordt gezegd. Het betrekkingsaspect beïnvloedt hoe de boodschap wordt bedoeld en hoe de ander deze interpreteert.
Afhankelijk van toon, timing en onderlinge verhouding kunnen dezelfde woorden vriendelijk, zakelijk, kritisch of kleinerend overkomen. Juist bij spanning kan het betrekkingsaspect zwaarder wegen dan het inhoudsaspect.
3. Interpunctie van de interactie
Mensen delen een gesprek vaak verschillend op in oorzaak en gevolg. Iedereen kiest als het ware een ander beginpunt in dezelfde interactie. Daardoor kunnen beide partijen overtuigd zijn dat de ander het probleem veroorzaakt.
Bijvoorbeeld:
- Projectleider: ‘Ik controleer je werk regelmatig omdat je weinig initiatief neemt.’
- Teamlid: ‘Ik neem weinig initiatief omdat je mijn werk steeds controleert.’
De projectleider en het teamlid zien allebei het gedrag van de ander als oorzaak van hun eigen reactie. Daardoor kan een patroon ontstaan dat zichzelf blijft versterken. Door dat patroon bespreekbaar te maken, ontstaat ruimte om de interactie te veranderen.
4. Digitaal en analoog
Bij Watzlawick betekent digitaal iets anders dan online of met computers communiceren. Bij digitale communicatie gaat het vooral om gesproken en geschreven woorden die een afgesproken betekenis hebben. Analoge communicatie gaat over non-verbale signalen, zoals houding, gezichtsuitdrukking, intonatie en gebaren.
Woorden kunnen heel precies zijn, terwijl non-verbale signalen ook informatie geven over de relatie, houding en emotie. Problemen kunnen ontstaan wanneer woorden en non-verbale signalen niet met elkaar lijken overeen te komen. Een vriendelijk ‘prima’ kan bijvoorbeeld heel anders overkomen door toon of lichaamstaal.
5. Symmetrisch en complementair
Symmetrische communicatie ontstaat wanneer mensen zich in de interactie als gelijkwaardig tot elkaar verhouden. Denk bijvoorbeeld aan collega’s die vanuit vergelijkbare posities samenwerken. Complementaire communicatie ontstaat wanneer rollen of posities van elkaar verschillen.
Een opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen bijvoorbeeld complementair communiceren door hun verschillende verantwoordelijkheden. De ene vorm is niet per definitie beter dan de andere. Welke vorm passend is, hangt af van de relatie en context. Problemen kunnen ontstaan wanneer de onderlinge verhouding te star wordt of niet meer past bij de situatie.
Horen vraagt ook om doorvragen
Communicatie gaat dus niet alleen over wat iemand letterlijk zegt. Ook relatie, context, gedrag en interpretatie bepalen hoe een boodschap wordt ontvangen. Wie alleen naar woorden luistert, mist daarom soms een belangrijk deel van het gesprek.
Horen wat niet wordt gezegd betekent niet dat je gedachten moet kunnen lezen. Signalen kunnen aanleiding zijn om beter te luisteren, te observeren en door te vragen. Zo voorkom je aannames en vergroot je de kans dat mensen elkaar werkelijk begrijpen.
Tip:
Wil je beter leren communiceren? Plan een kennismaking.